Technieken
Alle 82 officiële winnende technieken, gegroepeerd per kimarite-familie en gekoppeld aan NHK World-Japan video-uitleg.
82 officiële winnende technieken, gegroepeerd in vier hoofdfamilies. Hieronder de meest voorkomende.
Wat is een kimarite?
Een kimarite is de officiele winnende techniek van een sumopartij. Denk aan oshidashi, yorikiri, worpen, beenvegen en zeldzame speciale technieken.
Technieken direct bekijken
Bekijk de officiële NHK World-Japan techniekvideo's direct via deze pagina. De losse technieken hieronder blijven gegroepeerd als naslagwerk.
Abisetaoshi
Achterover neerkomen door lichaamsdruk. De aanvaller blijft contact houden en duwt de tegenstander naar achteren tot die valt.
Oshidashi
Uit de ring duwen met open handen op borst, schouders of bovenlichaam, zonder vaste greep aan de mawashi.
Oshitaoshi
De tegenstander met open handen uit balans duwen en op de grond laten vallen, meestal terwijl hij achteruit beweegt.
Tsukidashi
Uit de ring stoten met snelle, herhaalde openhandige aanvallen, zonder de tegenstander vast te houden.
Tsukitaoshi
Met herhaalde stoten de houding breken, waardoor de tegenstander op de dohyo valt in plaats van alleen naar buiten stapt.
Yorikiri
Met een greep aan de mawashi naar voren blijven drukken en de tegenstander gecontroleerd uit de ring werken.
Yoritaoshi
Zoals yorikiri, maar de druk eindigt in een val buiten of op de rand van de ring.
Ashitori
Een been vastpakken en optillen of wegtrekken, zodat de tegenstander zijn stand niet kan herstellen.
Chongake
De hiel van binnenuit haken terwijl het bovenlichaam wordt gedraaid of naar achteren wordt gedrukt.
Kawazugake
Een been om het been van de tegenstander slaan en hem tegelijk achterover trekken of kantelen.
Kekaeshi
Een snelle binnenwaartse voetveeg, vaak gecombineerd met een korte trek aan arm of mawashi.
Ketaguri
Meteen na de tachi-ai een voet of enkel wegvegen terwijl de tegenstander naar voren komt.
Kirikaeshi
Met de knie of het been de stand van de tegenstander blokkeren en hem schuin naar achteren draaien.
Komatasukui
De dij van onderen opscheppen wanneer de tegenstander na een aanval of worp op een been balanceert.
Kozumatori
De enkel van voren pakken of optillen, waardoor de tegenstander naar voren of opzij valt.
Mitokorozeme
Een zeldzame drievoudige aanval: een been haken, het andere been pakken en tegelijk met het hoofd druk zetten.
Nimaigeri
De buitenkant van de dragende voet wegtrappen en tegelijk het lichaam uit balans brengen.
Omata
De andere dij opscheppen wanneer de tegenstander zijn gewicht verplaatst om een worp te ontwijken.
Sotogake
Een buitenwaartse beentrip waarbij de aanvaller de kuit of enkel haakt en het bovenlichaam meeneemt.
Sotokomata
De dij van buitenaf opscheppen, vaak als vervolg wanneer een worp of draai net wordt ontweken.
Susoharai
De achterste voet of het achterste been wegvegen op het moment dat de tegenstander uitstapt.
Susotori
Een voet of enkel pakken na een ontwijking, zodat de tegenstander geen tweede stap kan zetten.
Tsumatori
De achterste enkel of tenen pakken terwijl de tegenstander voorover beweegt en zijn gewicht al kwijt is.
Uchigake
Een binnenwaartse beentrip waarbij de aanvaller de kuit haakt en de tegenstander over dat been laat vallen.
Watashikomi
Een dij of knie vastpakken en tegelijk naar beneden en naar buiten drukken om de stand te breken.
Ipponzeoi
Een eenarmige schouderworp waarbij de aanvaller onder de arm komt en de tegenstander over de schouder trekt.
Kakenage
Een worp met een hakende beenbeweging aan de binnenkant, terwijl het bovenlichaam wordt gedraaid.
Koshinage
Een heupworp waarbij de aanvaller zijn heup onder het zwaartepunt brengt en de tegenstander daaroverheen trekt.
Kotenage
Een worp vanuit een armlock, zonder vaste mawashi-greep. De arm wordt gecontroleerd en naar beneden gedraaid.
Kubinage
Een nekworp waarbij hoofd of nek wordt vastgezet en de tegenstander met een draai wordt meegenomen.
Nichonage
Een dubbele beenveeg waarbij de aanvaller beide benen of de standlijn tegelijk wegneemt.
Shitatedashinage
Een trekkende onderarmworp: vanuit de binnenste greep wordt de tegenstander zijwaarts uit balans getrokken.
Shitatenage
Een onderarmworp met binnenwaartse mawashi-greep, waarbij de aanvaller onderlangs draait en werpt.
Sukuinage
Een armworp zonder gordelgreep, waarbij de arm onder de oksel door schept en het lichaam wordt omgedraaid.
Tsukaminage
Een krachtige tilworp vanuit een stevige mawashi-greep, waarbij de tegenstander kort wordt opgetild en neergegooid.
Uwatedashinage
Een trekkende bovenarmworp: vanuit de buitenste greep wordt de tegenstander naar voren of opzij getrokken.
Uwatenage
Een bovenarmworp met buitenwaartse mawashi-greep, vaak zichtbaar als een grote draai over de buitenkant.
Yaguranage
Een binnen-dijworp waarbij de tegenstander met het been wordt opgetild en vervolgens wordt omgedraaid.
Amiuchi
De vissersnetworp: beide armen trekken een arm van de tegenstander schuin naar buiten, alsof een net wordt binnengehaald.
Gasshohineri
Met beide handen rond de rug of zij wordt de tegenstander naar beneden gedraaid.
Harimanage
Een achterwaartse gordelworp waarbij de aanvaller over de rug heen grijpt en de tegenstander naar buiten draait.
Kainahineri
Een armdraai naar beneden, met controle over de uitgestoken arm van de tegenstander.
Katasukashi
Een onder-schouder neerhaal: de aanvaller trekt onder de schouder door en laat de tegenstander voorover vallen.
Kotehineri
Een draai vanuit een armlock, waarbij de gecontroleerde arm naar beneden wordt geleid.
Kubihineri
Een draaiworp via hoofd of nek, meestal wanneer beide rikishi dicht tegen elkaar staan.
Makiotoshi
Een snelle draai naar beneden zonder mawashi-greep, vaak als de tegenstander te ver naar voren leunt.
Osakate
Een achterwaartse overarm-draaiworp, uitgevoerd vanuit een ongewone greep achter het lichaam langs.
Sabaori
Voorwaarts neerdrukken vanuit een mawashi-greep, waarbij de rug en heupen van de tegenstander worden gebroken.
Sakatottari
Een tegenzet op tottari, waarbij de armcontrole wordt omgedraaid en de aanvaller zelf de draai inzet.
Shitatehineri
Een draaiworp vanuit de binnenste greep, waarbij de onderarm de richting van de val bepaalt.
Sotomuso
Met steun aan de buitenkant van de dij wordt de tegenstander gedraaid en naar beneden gebracht.
Tokkurinage
Met beide handen rond hoofd of nek wordt de tegenstander omlaag gedraaid.
Tottari
Een armbar-worp waarbij beide armen de uitgestoken arm controleren en de tegenstander naar voren wordt meegenomen.
Tsukiotoshi
Een neerwaartse stoot of duw op het bovenlichaam, waardoor de tegenstander schuin uit balans raakt.
Uchimuso
Met steun aan de binnenkant van de dij wordt de tegenstander gedraaid en naar beneden gebracht.
Uwatehineri
Een draaiworp vanuit de buitenste mawashi-greep, waarbij de bovenarm de tegenstander om zijn as trekt.
Zubuneri
Een zeldzame hoofd-draaiworp waarbij het hoofd als draaipunt wordt gebruikt tijdens het kantelen.
Izori
Onder de aanval door duiken en de tegenstander achterover tillen, zodat hij over het lichaam van de aanvaller valt.
Kakezori
Een achterwaartse valtechniek waarbij de aanvaller onder arm of lichaam komt en de tegenstander naar achteren kantelt.
Shumokuzori
Een zeer zeldzame achterwaartse tiltechniek vanuit een positie vergelijkbaar met tasukizori.
Sototasukizori
Een buitenwaartse achterwaartse valtechniek waarbij arm en been worden gecontroleerd.
Tasukizori
Een achterwaartse worp over de schouders, waarbij de aanvaller onder de tegenstander door beweegt.
Tsutaezori
Een achterwaartse valtechniek langs de arm en rug van de tegenstander, vaak vanuit een ontwijkende beweging.
Hatakikomi
Een neerwaartse klap op schouder, rug of arm wanneer de tegenstander naar voren komt.
Hikiotoshi
Een neerwaartse trek aan arm, schouder of mawashi, waardoor de tegenstander voorover valt.
Hikkake
De arm van de tegenstander pakken en hem zijwaarts langs je heen uit de ring trekken.
Kimedashi
Beide armen van de tegenstander vastzetten en hem met die controle uit de ring forceren.
Kimetaoshi
Beide armen vastzetten en de tegenstander vanuit die controle naar de grond drukken.
Okuridashi
Van achteren uit de ring duwen nadat de aanvaller achter de tegenstander is gekomen.
Okurigake
Van achteren een enkel of voet haken, zodat de tegenstander niet kan herstellen.
Okurihikiotoshi
Van achteren omlaag trekken wanneer de tegenstander zijn balans al kwijt is.
Okurinage
Van achteren neerwerpen, meestal na een snelle draai of ontwijking.
Okuritaoshi
Van achteren neerduwen terwijl de tegenstander naar voren of opzij probeert te ontsnappen.
Okuritsuriotoshi
Van achteren optillen en vervolgens neergooien in plaats van naar buiten dragen.
Sokubiotoshi
Hoofd of nek van achteren omlaag drukken wanneer de tegenstander voorover staat.
Tsuridashi
Een frontale tiltechniek vanuit mawashi-greep, waarbij de tegenstander uit de ring wordt gedragen.
Tsuriotoshi
Een frontale tiltechniek waarbij de tegenstander wordt opgetild en op de dohyo wordt neergezet of gegooid.
Ushiromotare
Achterwaarts tegen een tegenstander leunen en hem zo uit de ring drukken.
Utchari
Een kantelworp aan de rand van de dohyo, waarbij de aanvaller in nood de tegenstander over zich heen draait.
Waridashi
Vanaf de zijkant met controle over de bovenarm de tegenstander uit de ring dwingen.
Yobimodoshi
Een krachtige trek-en-duwbeweging: eerst naar binnen trekken, daarna het lichaam hard omzetten.
De volledige lijst van 82 kimarite is officieel vastgesteld door de NSK in 2001.